10-04-18

De eerste alinea (65)


"Ik ben sinds kort vierendertig, de helft van mijn leven. Mijn lengte is middelmatig, of iets aan de kleine kant. Mijn haar is donkerbruin, kort, om het krullen tegen te gaan en vanwege een dreigende kaalheid. Voor zover ik dat zelf kan beoordelen zijn mijn karakteristieken: een kaarsrechte nek, steil als een muur of een rotswand, volgens de astrologen kenmerkend voor hen die in het teken van de Stier geboren zijn; een hoog, nogal bultig voorhoofd, met erg gezwollen en kronkelende aders bij de slapen. Dat hoge voorhoofd houdt naar de astrologen beweren verband met het teken van de Ram. Ik ben inderdaad op 20 april geboren, dus op de grens van die twee tekens: de Ram en de Stier. Mijn ogen zijn bruin, de randen van de oogleden zijn gewoonlijk ontstoken; ik heb een frisse huidskleur en schaam mij voor het feit dat ik gauw bloos en voor mijn glimmende huid. Mijn handen zijn mager, nogal behaard, de aders zijn duidelijk zichtbaar. Mijn twee middenvingers zijn aan het eind wat gebogen, wat wijst op een zekere zwakte, iets ontwijkends in mijn karakter."

Michel Leiris, Arena. Uit het Frans vertaald door Kees Jongenburger. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 1981.



Geen opmerkingen: