03-12-17

Overpeinzingen bij Georg Trakl (slot)


Enkele maanden na Trakls dood na een overdosis cocaïne in november 1914 – hij is dan 27 jaar oud – verschijnt postuum zijn bundel Sebastian im Traum. Rainer Maria Rilke, onder de indruk van Trakls gedichten, schrijft over zijn leeservaring aan Ludwig von Fricker, tijdschrift-uitgever en sinds een paar jaar een vriend van Georg. Rilke is 'ergriffen, staunend, ahnend und ratlos’. Aan het slot van de brief vraagt hij zich af: 'Trakls Erleben geht wie in Spiegelbildern und füllt seinen ganzen Raum, der unbetretbar ist, wie der Raum im Spiegel. Wer mag er gewesen sein?'
Ik ga naar Trakl op zoek, blader in de biografie die Hans Weichselbaum over hem heeft geschreven (Salzburg, 1994) en zie de dichter steeds indringender op me instaren. Op één foto is Trakls gezicht in close-up afgebeeld, krijtwit. Ik schat hem vooraan in de twintig. De harde belichting geeft het portret iets klassieks, bijna iets van een dodenmasker, de kleine ogen klampen zich aan de fotograaf vast. De oren zijn onscherp, de pregnante mond heeft alle aandacht gekregen, net als de dunne, platgekamde haren. Met hun strakke scheiding in het midden versterken ze de straffe blik van de adolescent. Er spreekt iets gelouterds uit deze oogopslag. 'Adem van de onbewogene', vertaalde Huub Beurskens het begin van ‘Nachtlied’. Het sluit naadloos bij deze foto aan.

(...) 
Elai je gelaat
Buigt zich spraakloos boven blauwige waters.

O! jullie, stille spiegels der waarheid!
Op de ivoren slaap van de eenzame
Verschijnt de weerglans van gevallen engelen.


Ik kijk nog even naar een afdruk van een aforisme dat Trakl aan Ludwig von Fricker toestuurde: 'Erwachend fühlst du die Bitternis der Welt; darin ist alle deine ungelöste Schuld; dein Gedicht eine unvollkommene Sühne.'
Alsof het zo moet zijn klinkt buiten de roep van een merel. Dan gaat onverwacht een lijster er tegenin. Het slaan van de merel zakt weg.
'Frieden der Seele.'


Uit Frans Budé, Het perfecte licht, Eckelrade 1999

Geen opmerkingen: