13-11-17

Fragment dagboek van een schrijver (5)



"De maan – Zoals ze opkomt boven de rosse bergen, niet als schijf maar als bol, als bal van bleek ivoor; het paars eromheen, het andere dat buiten haar is, het niets tussen haar en ons, het heelal, de nacht, de dood. En de dag en het licht dat voor deze ruime hangt, wat is het toch weer dun, een sluier van zijde die ieder moment kan scheuren. Je moet niet in de zon gaan liggen slapen. Je wordt wakker met pijn in je aderen, althans met een lijflijk gevoel dat je bloed en aderen hebt, met een plotseling besef van tijd die verstrijkt, en de avond die ons nog een keer opneemt met bloeiende brem en glinsterende zee – hij is even schrikwekkend als prachtig, telkens weer, vol plotselinge doorkijkjes naar het onzichtbare."

Max FrischDagboek 1946-1949. Vertaling uit het Duits: Wouter Donath Tieges. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1986.


Geen opmerkingen: