08-11-17

Fragment dagboek van een schrijver (4)


"De apen in de dierentuin – indruk: die zitten daar precies op de grens waar de verveling begint. Plotseling stoppen ze waarmee ze bezig zijn, kijken naar de lucht, even tonen ze alle melancholie die de mens onderscheidt: alleen kunnen de apen niet naar een concert, naar het toneel, ze kunnen er nog geen kunst van maken, ze luizen elkaar, voor de wetenschap missen ze het verstand, ze spelen met pinda's of hun geslachtsdeel – meer hebben ze nog niet in huis. Maar ze kunnen al spelen! Salamanders spelen niet; die liggen op hun buik, ademen en verteren; die hebben er zelfs geen benul van wat verveling is. Een redelijk intelligent mens, hoor je wel eens beweren, kan zich niet vervelen. Intelligentie is de voorwaarde voor verveling! Onlangs heb ik weer over de Griekse goden gelezen: en vervelen dat ze zich doen! Ze zetten aan tot moorden en oorlogen enkel om zichzelf te amuseren in hun onsterfelijkheid... De goden, niet door een eind bedreigd, en de salamanders, die op hun buik liggen te ademen – ik zou noch met de salamanders noch met de goden willen ruilen."

Max Frisch, Dagboek 1946-1949. Vertaling uit het Duits: Wouter Donath Tieges. Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 1986.


Geen opmerkingen: