16-02-18

Gedichten op video (13)



Op https://vimeo.com/240130440 een video-opname van H. C. ten Berge tijdens een lezing in het Poëziecentrum te Gent.


HET UURGLAS
                                     voor John Heymans

Nooit een danser
          van tango of twist
keek je als de dood uit Lübeck, Ieper of Berlijn,
schreef een vriend uit vroeger dagen.
Alles werd gezegd, ook de laatste vragen
          werden niet ontlopen.
Wat stelden wij voor? Minder dan niets
mochten wij er desondanks wel wezen.
          De verbeelding bracht ons de gedachte
aan ontwording, helder woord
dat niet te vatten bleek.

Wij stelden ons voor
hoe de levenden verstijfden, terwijl de dood
alweer op weg ging, de kerk uit,
de straat op, de kroeg in,
waar gasten en feestgangers als jonge honden
op een hardcore party dronken,
lijf aan lijf dansten
en zich buiten zinnen met elkaar gingen verknopen.
Vlezige lippen zogen aan oren, monden, tepels.
Het leven moest men vieren

      en het vat worden geleegd.


Uit H.C. ten Berge, Splendor. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2016



14-02-18

Elias Canetti en zijn obsessie: de dood (4)



"Beeld van de talloze auto's in deze stad, de onophoudelijke stroom, die uitmondt in een ongeluk.
De auto waarin je tegen elk gevaar beschermd bent moet nog uitgevonden worden. Pas als je uitstapt ben je weer vatbaar voor de dood. Veilige, absoluut veilige auto's, waarin mensen instappen om zich een poosje veilig te voelen.
Mijn veilige auto, dat zijn mijn potloden. Zolang ik schrijf voel ik me (absoluut) veilig. Misschien schrijf ik wel alleen daarom. Maar het maakt niet uit wat ik schrijf, als ik maar niet ophoud. Het kan van alles zijn, zolang het maar voor mezelf is, geen brief, niets wat van buitenaf is opgelegd of wordt geëist. Als ik echter een paar dagen niets heb geschreven, ben ik radeloos, wanhopig, somber, kwetsbaar, wantrouwig, bedreigd door honderd gevaren."

(1965)

Uit: Elias Canetti, Het boek tegen de dood. Uit het Duits vertaald door Rita van Hengel. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam – Antwerpen 2016



08-02-18

Gedichten op video (12)


De moeder

Ik ben niet, ik ben niet dan in uw aarde.

Toen gij schreeuwde en uw vel beefde

Vatten mijn beenderen vuur.



(Mijn moeder, gevangen in haar vel, 

Verandert naar de maat der jaren.



Haar oog is licht, ontsnapt aan de drift

Der jaren door mij aan te zien en mij

Haar blijde zoon te noemen.



Zij was geen stenen bed, geen dierenkoorts,

Haar gewrichten waren jonge katten,



Maar onvergeeflijk blijft mijn huid voor haar 

En onbeweeglijk zijn de krekels in mijn stem.



'Je bent mij ontgroeid,' zegt zij traag mijn

Vaders voeten wassend, en zij zwijgt
Als een vrouw zonder mond.)



Toen uw vel schreeuwde vatten mijn beenderen vuur.

Gij legde mij neder, nooit kan ik dit beeld herdragen,

Ik was de genode maar de dodende gast.



En nu, later, mannelijk word ik u vreemd. 

Gij ziet mij naar u komen, gij denkt: 'Hij is 

De zomer, hij maakt mijn vlees en houdt

De honden in mij wakker.'



Terwijl gij elke dag te sterven staat, niet met mij

Samen, ben ik niet, ben ik niet dan in uw aarde.

In mij vergaat uw leven wentelend, gij keert 

Niet naar mij terug. Van u herstel ik niet.




Uit: Hugo Claus, De Oostakkerse gedichten, uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 1956 (2de druk)


05-02-18

Elias Canetti en zijn obsessie: de dood (3)


"Elk jaar zou een dag langer moeten zijn dan het jaar daarvóór: een nieuwe dag waarop nog nooit iets is gebeurd, een dag waarop er niemand is gestorven.

*

"Misschien zou het helemaal niet zo erg zijn om vrolijk te sterven, zolang je maar nooit vrolijk de dood van iemand anders hebt beleefd."

*

"Ik begrijp de religie zoals ik haar nog nooit heb begrepen, een gevoel dat je alleen maar religieus kunt noemen beheerst mij op dit moment volkomen. Religie is het gevoel van een verbinding met de doden. Misschien is in sommige mensen dat gevoel zo sterk geweest dat het de doden werkelijk tot leven wekte. –– Christus?"

[1956]

Uit: Elias Canetti, Het boek tegen de dood. Uit het Duits vertaald door Rita van Hengel. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam – Antwerpen 2016



02-02-18

I.M. Menno Wigman (1966-2018)



Terwijl dit jaar de hazelaar vroeger bloeit
dan ooit, ga je bij ons weg. Alsof je weet
wat nu te pronken staat is morgen al geknakt.
Je wist waar de dood woonde, hield hem van je af.

Totdat onder een andere hemel hij in een paar stappen
naast je stond, jij het zonlicht voelde trillen, 
de stilte in je donkere ogen almaar groter werd.

Vol beroering, toen je zieke hart het begaf, 
viel dauw over de hazelaar. Stuifsel

van de twijgen dwarrelde ontredderd neer.


 frb



30-01-18

Elias Canetti en zijn obsessie: de dood (2)


"Leegte in een café dat net nog vol was. De verdwenen kinderen, hun verstomde stemmen. De plotselinge kracht van de klok. De twee serveersters die nu de macht grijpen; er wordt hun niets meer verboden en ze hebben zich gehandhaafd. Zo'n leegwording is altijd kalmerend en droevig tegelijk; alsof je een plaats hebt waar de dood je niet bereikt; en alsof hij de anderen al allemaal heeft gehaald."

[1953]


Uit: Elias Canetti, Het boek tegen de dood. Uit het Duits vertaald door Rita van Hengel. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam – Antwerpen 2016


27-01-18

Elias Canetti en zijn obsessie: de dood (1)


"Ze vragen je altijd wat je eigenlijk bedoelt als je op de dood scheldt. Ze willen van jou de goedkope vormen van hoop die in de religies tot vervelens toe worden opgedreund. Maar ik weet niets. Ik kan er niets over zeggen. Het is mijn karakter, mijn trots, dat ik de dood nog nooit heb gevleid. Zoals iedereen heb ook ik soms, heel zelden, naar hem verlangd, maar geen mens heeft ooit een lofprijzing van de dood van mij gehoord, niemand kan zeggen dat ik voor hem heb gebogen, dat ik hem heb erkend of goedgepraat. Ik vind hem nog steeds even nutteloos en slecht als altijd, het fundamentele kwaad van al wat bestaat, het onopgeloste en onbegrijpelijke, de knoop waarin alles van oudsher verstrikt en gevangen zit en die nog niemand heeft durven doorhakken."

[1951]

Uit: Elias Canetti, Het boek tegen de dood. Uit het Duits vertaald door Rita van Hengel. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam – Antwerpen 2016


22-01-18

Eerste Sjiek Literatuurprijs uitgereikt


Afgelopen zondag werd tijdens het taal- en cultuurfestival in de ECI Cultuurfabriek te Roermond de eerste Sjiek Literatuurprijs uitgereikt.
Voor deze prijs werden zes recent verschenen, Nederlandstalige romans genomineerd die een link hebben met Limburg. Genomineerd werden: Grond van Wil Boesten, De dagen van Frans Budé, De sjamaan van Sevilla van Govert Derix, De opname van Willem Kurstjens, De verdwenen stad van Ton van Reen en Voorland van Octavie Wolters.
Winnaar
De prijs werd uitgereikt aan Frans Budé. De jury sprak unaniem van een “weloverwogen, stilistisch pareltje” en loofde het feit dat dit prozawerk naadloos in het poëtisch oeuvre van de auteur past. (...) "In een prachtige, weloverwogen taal schetst Budé het beeld van een liefdevol gezin in een vervlogen tijd, zonder sentimenteel te worden. Hij weet de kunst van het weglaten, kenmerkend voor zijn poëzie, met succes te vertalen naar proza. (...) Een boek dat tegelijk maat houdt en ontroert.”

De prijs bestaat uit een geldbedrag van 2500 euro. Hiervan is 1000 euro gereserveerd als vergoeding voor enkele optredens van de winnende auteur op Limburgse middelbare scholen om ook daar aandacht te vragen voor literatuur die een link heeft met Limburg.



13-01-18

Gedichten op video (11)


moore


het is de aarde die drijft en rolt door de mensen

het is de lucht die zucht en blaast door de mensen

de mensen liggen traag als aarde

de mensen staan verheven als lucht

uit de moederborst groeit de zoon

uit het vadervoorhoofd bloeit de dochter

als rivieren en oevers vochtig en droog is hun huid

als straten en kanalen staren zij in de ruimte

hun huis is hun adem

hun gebaren zijn tuinen

zij gaan schuil

en zij zijn vrij



het is de aarde die drijft en rolt

het is de lucht die zucht en blaast


door de mensen


Uit: LucebertVerzamelde gedichten. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2002



09-01-18

Supermarkt (een gedicht)


Supermarkt

Nooit zo liefgehad: stemmen van vrouwen 
onder een hemel van neon. De winkel ligt
met grote ogen, hij wacht ons op, we schuiven aan. 
Weer terug de caissière, vragend en beschikbaar. 

Vanzelf de klant, bezig te staan, hij herinnert zich 
zijn aankomst, een legende, als speelde er een 
gelatenheid, eindeloos een melodietje 

in de richting van verlangen. Buiten raast
een herfststorm boven natte karretjes.

Alles is er – en verplaatst zich op zijn mooist. 

 frb

In 2003 verscheen bij Rosbeek Books te Nuth Unterm Neonhimmel, een door Wim Westerveld fraai vormgegeven uitgave met een dertigtal gedichten van mij, door Stefan Wieczorek naar het Duits vertaald. 'Supermarkt' is er één van.



04-01-18

De eerste alinea (60)


"Weer is herinnering. Zelfs de wind doet ertoe. De regenslag kan iets oproepen, net als een bepaalde lichtinval. Je hebt geen kalender nodig om je aan persoonlijke dieptepunten te herinneren. Je ruikt ze, je voelt ze op je huid, je proeft ze. Als je jarenlang op dezelfde plek blijft wonen, krijgt het weer langzamerhand betekenis, is het beladen met voortekenen, en bij elke wisseling roepen de temperatuur, het zonlicht, de bomen en bladeren emoties op. De hele wereld van verering stoelt op dit principe van vertrouwdheid met het weer: al dit ontzag is ooit ontstaan in een bepaald seizoen, op een specifieke dag."

Paul Theroux, Moederland. Vertaling uit het Engels: Linda Broeder, Betty Klaasse en Anne Roetman. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2017.


31-12-17

Oversteek


 Als nieuwjaarsgroet onderstaand gedicht


Het oversteken van de Maas

Bij elke stap bezig met de overkant.
Vraag het de Maas onder mijn voeten,
de meeuw, onbevreesd dansend boven de stenen brug.

De overkant is een belofte, komt huizenhoog
me tegemoet, flonkert en lonkt, geeft zich halverwege over.

Wyck of Maastricht, beide badend in de roem van eeuwigheid,
keer ik terug of loop ik heen? Steeds dezelfde gedachte
van afscheid en aankomst, terwijl ik mij met kloppend hart
voorwaarts spoed, naamloos opga in de drukte.

Almaar dichter op de andere oever aan, vergezicht
dat eindeloos zich ontvouwt, stadsgrond wordt, waterloop.
Droom die ik bewaar, ik draag hem met me mee.


 frb

Eerder verschenen in Achter het verdwijnpunt, Meulenhoff Amsterdam 2015. Najaar 2018 verschijnt bij dezelfde uitgever een nieuwe dichtbundel .

© foto: Peter Reinders

27-12-17

Gedichten op video (10)


1

Een moeizame god op de rand van mijn bed,
zes engelen met vermoeide vleugels,
windkracht 10 en tegen de wind in gevlogen
over het wad, storm op zee.

In de nacht zie ik de lichten van de overkant,
kijk naar de engelen die mij lijken te kennen,
mijn deken willen lenen en eigenlijk ook het bed
waarin ik toch niet kon slapen.

De god lijkt op de kapitein van de veerboot,
de konijnen die ik in het donker zag lopen
waren bang voor de jager, de vuurtoren
viel met zijn licht door de kamer,

maar verder was alles in orde.


2

Op het duinpad kwam ik mijn moeder tegen,
maar zij zag mij niet. Zij praatte tegen een andere
dame, en ik hoorde haar zeggen, iedereen
vindt mij hier aardig.

Dat zij echt was wist ik door het geluid
van het schelpengruis onder haar voeten.
Daarna zag ik ook mijn broer en mijn halfbroer
onderweg met hetzelfde verleden als het mijne,

chaos en onrust. De Noordzee had wilde koppen,
het strand was verlaten. Mijn broers waren doorzichtig.
Ik zag het pad door ze heen. Nu zou ik een schat willen vinden,
een aangespoelde walvistand, of goud,

waardoor alles weer goed kwam.


Uit: Cees Nooteboom, Monniksoog. Uitgeverij Karaat, Amsterdam 2016. Afgedrukt zijn twee gedichten van de in totaal drieëndertig die in de bundel zijn opgenomen.


24-12-17

De eerste alinea (59)


"Het kind is twaalf weken en wiegt u met haar adem in het rustige, regelmatige ritme van een metronoom. U zit beiden in een schommelstoel in het midden van een volkomen leeg vertrek. Tegen de rechtermuur hebben de verhuizers dozen opgestapeld. Drie daarvan, boven op de stapel, zijn opengemaakt om er het hoogstnodige uit te halen, keukengerei, toiletartikelen, wat kleren en de spullen van de baby, die talrijker zijn dan de uwe. Het raam heeft geen gordijn. Het lijkt aan de muur gespijkerd als een schets, een zuivere perspectiefstudie, waarin de uit Gare de l'Est weglopende rails en bovenleidingen de vluchtlijnen vormen."

Uit: Julia Deck, Viviane Élisabeth Fauville. Vertaald uit het Frans door Lidewij van den Berg en Katrien Vandenberghe. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2016


22-12-17

'Penseel'


Penseel 
(naar Gérard de Lairesse, 1707)

Er bestaat een vloeiende, een zachte, gladde maar ook
een stevig gedurfde penseelstreek. Let op de snelheid
van je hand om het even of je het zachte loof van bomen
schildert, harig vee of bloemen op hoog reikende stelen.

Werp het stijve en morsige schilderen van je af,
wees doortastend, blijf voorzichtig, bewaar je geduld.

Verwerp het idee dat warmgloeiend bruin coloriet het altijd 
beter zou doen. Is een fladderende vleermuis niet even mooi
als een flirtende papegaai, een beekzoom niet even aantrekkelijk
als een fontein of een woeste zee, zich uitlevend op een rotsplooi?

 frb

Afb.: Rembrandt, Portret van Gérard de Lairesse, 1667


16-12-17

'Black Dog'


In 2001 componeerde de Amerikaan Scott McAllister
een rapsodie voor klarinet en harmonieorkest. Hij liet zich hierbij inspireren door een gelijknamig nummer van Led Zeppelin. Het is het verhaal van een oude hond wiens geliefde twee huizen van Zeppelins opnamestudio woonde. Robert Plant, zanger bij Led Zeppelin hierover: 'De oude hond zocht zijn lief nog regelmatig op, maar na het paren had hij niet meer de kracht om huiswaarts te keren. Er zat niets anders op dan hem naar zijn huis te dragen.' McAllisters compositie werd afgelopen zomer door Harmonie St. Petrus en Paulus uit Wolder-Maastricht uitgevoerd tijdens het Wereld Muziek Concours. Op verzoek schreef ik onderstaand gedicht. De vertaling is van John Irons. Een uitvoering van 'Black Dog' is hier te beluisteren.

Black Dog

Return, labrador retriever, to the house
of your much-loved bitch, seek a way in.
I know: it’s enough to make you whine, you, worn out
in your old age, bad breath, your gums a
nasty red, your failing kidneys.

The lumps on your paws slow down your
former tempo, your heart bangs away in the wrong
place. Go on, return to your loved-one’s house.
She strokes with her eyes, beckons with her ears,
between the paws under her tail sparks

shoot up that set you all ablaze.
So: do, re, mi, duet! sings the clarinet:
give your girlfriend your great male charm, approach
her with affection, stretch out your crimson tongue,
feel your heart beat and know as of old:

she has a place for you, move that black coat of yours,
grow back to your first night. Lug yourself
afterwards off to your basket, poor old chap,
look up, look down, music evokes the urge,

One last spiral turn and sleep.


10-12-17

Gedicht bij compositie van David Maslanka


6 augustus 2017 kwam de Amerikaanse componist David Maslanka op 73-jarige leeftijd te overlijden aan de gevolgen van kanker. Een maand eerder was hem zijn vrouw Alison ontvallen.
Precies een week vóór Maslanka's dood behaalde Harmonie Sint Petrus en Paulus uit Wolder-Maastricht het wereldkampioenschap in de hoogste klasse van het Wereld Muziek Concours. Een van de vier werken die het harmonieorkest speelde was 'Traveler' van David Maslanka.
Ik maakte er onderstaand gedicht bij dat werd opgenomen in het programmaboekje.

Traveler

We lopen aan eigen schaduw vooruit,
vervloeien met de muziek om ons heen.
Ik zie je, al spreek je geen woord.

In mijn hoofd blijf je dicht bij me, leg je
een hand op mijn schouder en houdt me vast,
een leven lang. De tijd loopt met ons mee,

houdt ons bijeen. We schuilen in muziek
om niet te verdwalen, delen vrees en
vrolijkheid, zijn altijd onderweg
            
naar een nieuwe dag. In het diepst van de tijd,
achter de hoogste toppen van geluk
liggen de tuinen van weleer, vóór ons ligt
            
in uitgestrekte stilte wat verscholen blijft
in braakliggende velden, waait hooguit iets
binnen van de andere oever. Laten we onze angst
            
bezweren, ons verweven met de volle schoonheid
van het leven. Muziek haalt de tijd terug.
Zo zetten we onze weg voort, de koele
            
nachtlucht houdt haar adem in, en zie,
het bloesemt weer – heel even.


 frb


05-12-17

De eerste alinea (58)


"Mijn vader had in de bergen zo zijn eigen manier van wandelen. Daar was weinig meditatiefs aan, het was een en al eigenzinnigheid en bravoure. Hij klom zonder zijn krachten te doseren, ging altijd met iemand of iets de strijd aan en als hij het pad te lang vond, klom hij gewoon recht omhoog. Als je met hem mee was, was het verboden te pauzeren en verboden te klagen over honger, vermoeidheid of kou, maar een lied zingen mocht wel, vooral als het onweerde of er dichte mist hing. En ook joelen als je je over de sneeuwvelden omlaag stortte."

Paolo Cognetti, De acht bergen. Vertaald uit het Italiaans door Yond Boeke en Patty Krone.
Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2017


03-12-17

Overpeinzingen bij Georg Trakl (slot)


Enkele maanden na Trakls dood na een overdosis cocaïne in november 1914 – hij is dan 27 jaar oud – verschijnt postuum zijn bundel Sebastian im Traum. Rainer Maria Rilke, onder de indruk van Trakls gedichten, schrijft over zijn leeservaring aan Ludwig von Fricker, tijdschrift-uitgever en sinds een paar jaar een vriend van Georg. Rilke is 'ergriffen, staunend, ahnend und ratlos’. Aan het slot van de brief vraagt hij zich af: 'Trakls Erleben geht wie in Spiegelbildern und füllt seinen ganzen Raum, der unbetretbar ist, wie der Raum im Spiegel. Wer mag er gewesen sein?'
Ik ga naar Trakl op zoek, blader in de biografie die Hans Weichselbaum over hem heeft geschreven (Salzburg, 1994) en zie de dichter steeds indringender op me instaren. Op één foto is Trakls gezicht in close-up afgebeeld, krijtwit. Ik schat hem vooraan in de twintig. De harde belichting geeft het portret iets klassieks, bijna iets van een dodenmasker, de kleine ogen klampen zich aan de fotograaf vast. De oren zijn onscherp, de pregnante mond heeft alle aandacht gekregen, net als de dunne, platgekamde haren. Met hun strakke scheiding in het midden versterken ze de straffe blik van de adolescent. Er spreekt iets gelouterds uit deze oogopslag. 'Adem van de onbewogene', vertaalde Huub Beurskens het begin van ‘Nachtlied’. Het sluit naadloos bij deze foto aan.

(...) 
Elai je gelaat
Buigt zich spraakloos boven blauwige waters.

O! jullie, stille spiegels der waarheid!
Op de ivoren slaap van de eenzame
Verschijnt de weerglans van gevallen engelen.


Ik kijk nog even naar een afdruk van een aforisme dat Trakl aan Ludwig von Fricker toestuurde: 'Erwachend fühlst du die Bitternis der Welt; darin ist alle deine ungelöste Schuld; dein Gedicht eine unvollkommene Sühne.'
Alsof het zo moet zijn klinkt buiten de roep van een merel. Dan gaat onverwacht een lijster er tegenin. Het slaan van de merel zakt weg.
'Frieden der Seele.'


Uit Frans Budé, Het perfecte licht, Eckelrade 1999

30-11-17

Overpeinzingen bij Georg Trakl (5)


Tot aan zijn vroege dood werd Georg Trakl door angsten overvallen. In 1923 schreef Marsman hierover in De Gids: 'Langzaam en gestadig sterker beslopen hem de duistere angsten, die in hem sliepen, en zo overmanden hem de visioenen van angst en ontzetting die hem uit een gezicht, uit een bloem, onverhoeds en altijd konden bespringen.'
Trakls ervaringen in de kinderjaren, de verslaving aan drugs en alcohol die al in zijn gymnasiumjaren begon, de innige relatie die hij met zijn vier jaar jongere zus Grete onderhield – niet uit te sluiten is dat de twee een incestueuze verhouding hadden – krijgen al snel een tragische geladenheid tegen de achtergrond van de op handen zijnde ondergang van de Donaumonarchie. Dat zijn de biografische gegevens die Trakls poëzie wat toegankelijker maken.

Toch is het verhaal dat uit het werk van deze dichter spreekt ook zonder die voorkennis fascinerend genoeg om er door ontroerd te raken. Dat komt door de persoonlijke beeldtaal die, gevoegd bij de vrij-ritmische taal van de latere gedichten, al vlug een gevoelsstemming van bijzondere schoonheid oproept. De gedichten ontroeren doordat de dichter het tedere zo drastisch naast het onherroepelijke weet te plaatsen. Arcadische momenten en fragmenten met angst- en schuldgevoelens wisselen elkaar af. 'Voll Harmonien ist der Flug der Vögel’  klinkt het, maar een paar regels verder lezen we al: 'Schon dämmert die Stirne dem sinnenden Menschen.’ Weg beeld van vliegende vogels, alle aandacht voor de in diep gepeins verzonken mens! 

(wordt vervolgd)

Uit: Frans Budé, Het perfecte licht. Uitgeverij Scorpio, Eckelrade 1999