19-03-17

Boekpresentatie 'De dagen' (2)



Guus Urlings in De Limburger en het Limburgs Dagblad van zaterdag 18 maart 2017:

"Frans Budé is bekend geworden – en ook zeer gewaardeerd – als dichter. In korte hoofdstukken, helder en precies geformuleerd, componerend met taal als in zijn beste gedichten, beschrijft Budé in zijn prozaboek De dagen het opgroeien in een provinciestad in de jaren '50 van de vorige eeuw. jeugdjaren die bepaald worden door het leven in en rond de drogisterij van zijn vader en de kerkelijke invloed op de samenleving. Zijn hoofdpersoon heeft – zoals het een 'vermomde' autobiografie betaamt – geen naam, heet consequent 'de jongen'. Hij geeft daardoor de lezer ruimte om het verhaal in te komen."

www.uitgeverijkaraat.nl216 pag., € 18,95

13-03-17

Gedichten op video (2) – Lucebert


Lucebert, moore

het is de aarde die drijft en rolt door de mensen
het is de lucht die zucht en blaast door de mensen
de mensen liggen traag als aarde
de mensen staan verheven als lucht
uit de moederborst groeit de zoon
uit het vadervoorhoofd bloeit de dochter
als rivieren en oevers vochtig en droog is hun huid
als straten en kanalen staren zij in de ruimte
hun huis is hun adem
hun gebaren zijn tuinen
zij gaan schuil
en wij zijn vrij

het is de aarde die drijft en rolt
het is de lucht die zucht en blaast
door de mensen


Uit: Lucebert, Verzamelde gedichten, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2002

07-03-17

Presentatie boek

Zondag 19 maart 2017 wordt in Centre Céramique te Maastricht De dagen gepresenteerd.
In De dagen, verschenen bij uitgeverij Karaat, schetst Frans Budé een boeiend relaas van een kind in de naoorlogse jaren. 
Hij beschrijft de kinderjaren van een jongen die op een haast absurde manier geconfronteerd wordt met de vroege dood van een eerder geboren zusje. Een van de constanten in het boek is niet alleen zusje Anna maar ook de winkel van zijn ouders waar hij deelgenoot wordt van de besognes van volwassenen.
In korte, ontroerende prozastukjes worden vervlogen tijden opgeroepen van zoeken naar geborgenheid in een voor een opgroeiend kind even bizarre als fascinerende wereld. 

Isbn 978 907 9770 26 7 – www.uitgeverijkaraat.nl – 216 pag. € 18,95

28-02-17

Gedichten op video (1) – Nijhoff


Martinus Nijhoff, Het kind en ik

                                   
                                      Ik zou een dag uit vissen,

                                      ik voelde mij moedeloos.

                                      Ik maakte tussen de lissen

                                      met de hand een wak in het kroos.



                                      Er steeg licht op van beneden

                                      uit de zwarte spiegelgrond.

                                      Ik zag een tuin onbetreden

                                      en een kind dat daar stond.



                                     Het stond aan zijn schrijftafel

                                     te schrijven op een lei.

                                    Het woord onder de griffel

                                    herkende ik, was van mij.



                                   Maar toen heeft het geschreven,

                                   zonder haast en zonder schroom,

                                   al wat ik van mijn leven

                                   nog ooit te schrijven droom.



                                   En telkens als ik even

                                   knikte dat ik het wist,

                                   liet hij het water beven

                                   en het werd uitgewist.



Uit: Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten, Uitgeverij Bakker / Daamen, Den Haag 1963. (Video: © Hollandjes)

18-02-17

De eerste alinea (49)



"Het was in 1959 dat Florence Green aan het einde van de nacht soms niet met zekerheid kon zeggen of ze wel geslapen had. Dat kwam omdat ze piekerde over de aanschaf van een klein pand, Old House, met een bijbehorend pakhuis aan het water. Ze wilde er een boekhandel beginnen, de enige in Hardborough. Het was waarschijnlijk de twijfel die haar uit de slaap hield. Ze had eens een reiger boven de riviermond zien vliegen die tijdens zijn vlucht probeerde een paling naar binnen te werken die hij gevangen had. De paling deed op zijn beurt zijn best om aan de keel van de reiger te ontkomen en worstelde zich nu eens voor een kwart, dan weer voor de helft en soms zelfs voor driekwart naar buiten. De onbeslistheid die beide dieren lieten zien was deerniswekkend. Ze wilden allebei te veel. Als Florence echt geen oog had dichtgedaan – en dat zeggen mensen vaak als ze eigenlijk iets anders bedoelen – dan nam ze aan dat de gedachte aan de reiger haar wakker had gehouden."

Penelope Fitzgerald, De Boekhandel. Vertaling uit het Engels: Mieke Prins. Uitgeverij Karmijn, Elburg 2015.


06-02-17

Lezing in OBA





Poëzie op Zondag met Frans Budé  

Zondag 12 februari, 16.00-17.00 uur, Haassezaal Openbare Bibliotheek Amsterdam


Niet alle dichters worden naar mate ze ouder worden steeds maar beter zoals Frans Budé. Zijn laatste bundel Achter het verdwijnpunt, werd enthousiast ontvangen door lezers, collega’s en recensenten. Hij breidt zijn eerdere thema’s van afscheid en verlies uit tot vermissingen en verdwijningen. En hij begeeft zich met precieze observaties op de grens van stad en land. 
Frans Budé leest voor en wordt geïnterviewd door Ineke Holzhaus. Ook leest zij gedichten van Wislawa Szymborska.

Kaarten zijn verkrijgbaar aan de balie in de entreehal of via http://www.oba.nl/activiteit.frans.html
Met OBA-pas en voor ANBO leden € 3,75 / anderen € 7,50 (incl.koffie/thee).    

  

Marijke Troelstra – Programmering Literatuur, Kunst & Cultuur Centrale OBA

OBA | Oosterdokskade 143 | 1011 DL Amsterdam | 020-5230 900 | www.oba.nl |oba.amsterdam  | facebook.com/obamsterdam | twitter.com/obamsterdam | instagram.com/obamsterdam


30-01-17

De eerste alinea (48)


"Ik herinner mij in een willekeurige volgorde:
– de glimmende binnenkant van een pols;
– stoom die opstijgt uit een natte gootsteen als er lachend een hete koekenpan in wordt gekieperd;
– spermaklodders die rond een afvoerputje cirkelen om vervolgens een heel huis door te worden gespoeld;
– een rivier die op een absurde manier terugstroomt; haar schuimende golven beschenen door een zestal elkaar achtervolgende zaklantaarns;
– nog een rivier, breed en grijs, haar stroomrichting verhuld door een straffe wind die het oppervlak beroert;
– badwater allang afgekoeld achter een afgesloten deur.
Dat laatste is niet iets wat ik werkelijk heb gezien, maar wat je je uiteindelijk herinnert, is niet altijd hetzelfde als wat je hebt meegemaakt."

Julian BarnesAlsof het voorbij is. Vertaling uit het Engels: Ronald Vlek. Derde druk, oktober 2011. Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen.


22-01-17

Souvenir, souvenir (3)


Voorraad

Soms is er mist, een dun gewaad
dat over onze schouders valt. We praten
over het meer dat wordt toegedekt,
achter zilveren sluiers zich opmaakt
voor een nieuwe dag. Als hier de weg,
dan daar het staketsel van de stallen.

We hebben nog mango’s voor jou,
Pirenda. Als straks de mist verwaait,
ontstaat de weg die je moet volgen.
En in een tas van dungevlochten bast
bewaar je voorraad, stemmen van
geliefden, gloed van verhalen. 

Tussen het nachtelijk dobberen van sterren 
de doden eenzaam onderweg in hun prauw.


Draagtas. Sentani, West-Papua, Indonesië


frb

12-01-17

Souvenir, souvenir (2)



Schommelend

Eend botst op middenrif, schommelt
zachtjes met de klok mee, doorsnijdt belletjes
bij ingezeepte voeten. Minutenlang deel
van onbekende oceaan, kanariegele stip.
Met schuim op hoofd en schouders ben ik
de aandrijfkracht, verander op bevel haar baan. 

Druppelend ligt zij te glimmen, dromend
van de zee die om haar plastieken lijfje spoelt, 
als gedachten beginnen te sijpelen dat dit geen
hemelse vijver is, geen verdere horizon

dan strakke rand van wit glanzende kuip.
Zó onweerstaanbaar eend te zijn, dobberend
in een bocht van het bad, rondjes draaiend,

andere kringen, steeds verder van mij af.


 frb



Plastic badeend, Genk (B).



05-01-17

Souvenir, souvenir (1)


Ten grondslag aan de reeks ‘Handbagage’ – verschenen in mijn bundel Transit (Uitgeverij Meulenhoff, 2012) – liggen veertien souvenirs, op verzoek van mij door vrienden en kennissen meegebracht. Onder het motto ‘Niets is levendiger dan een herinnering’ (Federico García Lorca) liet ik mij inspireren door de voorwerpen en de gemaakte reizen. 
Op bijgaande foto het koffertje, voor een appel en een ei gekocht op een antiekmarkt in Canada dat mij tot onderstaand gedicht bracht, met daarin de door anderen meegebrachte souvenirs.

Brief 

Zo zoek ik jou in steeds andere steden,
verdwaald in onrust, altijd onderweg, 
gevuld met herinnering, onsterfelijke nachten, 

hotels als een zwaargeschonden graf.
Nooit blijf je in droefheid achter, vind je
met schijnbewegingen mijn ene arm,
open ik je vol liefde bij elke thuiskomst.

En al wat ons overeind houdt, stalt zich uit – 
in een vouw van je zijden bekleding 

die ene brief over nooit gemaakte reizen, 
aankomst noch vertrek.


Leren koffertje. Montréal, Canada


 frb

31-12-16

Over Ernst Meister (4)


Ernst Meister heb ik in zijn werken leren kennen als de man van angst en twijfel, van liefde en hartstocht. Als de zoekende dichter-schrijver-schilder voor wie de oorlogsjaren een gruwel waren en die zich voor altijd in zijn psyche nestelden. Ook als de lijdende, vaak oververmoeide, depressieve, slechtziende, bijna blinde man. Tegelijk is hij ook de fijngevoelige intellectueel die de eeuwigheid tracht te doorgronden in een diepgaand meditatief onderzoek naar de wortels van het menselijk bestaan. En vooral niet te vergeten: de dichter van de compacte taal waardoor hij niet altijd tot de makkelijkste dichters wordt gerekend maar desondanks de wereldpoëzie met bijzonder intrigerende gedichten heeft verrijkt – fonkelende parels die tot lang na zijn dood zullen schitteren.
Wat die dood aangaat, deze door Ton Naaijkens en Jan Gielkens in 1982 vertaalde dichtregels staan voor altijd in mijn geheugen gegrift: ‘Je sterft op / je gemak of toevallig’. En zo gebeurt het dat hij op 15 juni 1979 tegen zeven uur ‘s avonds, kijkend naar een reportage over het leed in Nicaragua getroffen wordt door een hartstilstand, de woorden ‘wie schrecklich’ nog op de lippen... Twee dagen voor zijn plotselinge dood had zijn zoon Reinhard hem nog het nieuws gebracht dat hem de prestigieuze Büchnerprijs was toegekend. De rouwkaart die twee dagen later door de familie wordt verstuurd, draagt in het motto de bezieling van Meister uit:

                                  Geist zu sein
                                  oder Staub
                                  Dasselbe im All.

In nog geen tien woorden hebben de achterblijvenden de meest diepliggende intentie van een geheel oeuvre samengevat.
Met Alle schepen kenteren is in 2013 dankzij de kwaliteiten en de inspanningen van Ton Naaijkens en diens uitgever AFdH een boek van grote waarde toegevoegd aan de schatkamer van vertaalde poëzie.


29-12-16

Over Ernst Meister (3)

                      (Ernst Meister, zelfportret, krijt en houtskool, zonder jaartal)


Vertaler Ton Naaijkens laat ons in Alle schepen kenteren niet alleen de dichter Ernst Meister ontmoeten, we maken ook kennis met de schilder / tekenaar Ernst Meister van wie een klein deel van zijn beeldend oeuvre in dit toch al kleurrijke boek is opgenomen. Meister als dubbeltalent dus. In een van de gedichten komen we beide disciplines tegen: Jou, wonderschoon beeld, / schilder ik / voor mijn vergetende /ogen... voor jou / het mooiste, voor de / meest vergetende.
Pas in 1955, hij is dan inmiddels vierenveertig, begint Meister voor het eerst serieus te tekenen. De aanleiding was een van zijn kinderen: men wilde graag versieringen aan de muur bij de viering van oud op nieuw – en der Vati toog aan het werk!
Tekenen en schilderen hebben met lust en hartstocht te maken, legt Ernst Meister uit, met een zekere zielstoestand. Het kost hem geen moeite om in zijn geest kleuren op te roepen, waarom die dan niet bij de gepaste gevoelsstemming aan het papier toe te vertrouwen? Voor Meister, die in zijn aanvangsperiode soms even doet denken aan Wassily Kandinsky, Paul Klee of Emil Schumacher (met de laatste was hij goed bevriend), maar al gauw een eigen richting inslaat, is het teken- of schilderproces belangrijker dan het resultaat. Het gaat hem om de beweging van de hand, aangestuurd door de gemoedstoestand van dat moment, ook om de spanning en weerstand, die ontstaat bij het hanteren van het schildersmateriaal. Met opzet geeft hij geen titels aan het werk, ieder kan er zijn eigen invulling aan geven. 
Meisters werk is zowel organisch als geometrisch opgebouwd, vaak doorsneden met zwarte lijnen. Meestal hanteert hij het formaat 17x12 cm, geen enkel werk is groter dan 83x68 cm. Een atelier heeft hij niet. Hij tekent en schildert, soms samen met zijn kinderen, zittend of staand voor de tafel. De hand, daar gaat het Meister om, is het belangrijkste instrument van uitvoering. ‘De hand controleert zichzelf,’ zei hij ooit, ‘zelfs als je blind was zou het je lukken als die hand maar de sfeer en gevoelens weet over te brengen.’ Zo ontstaan talrijke tekeningen, aquarellen en gouaches, niet alleen thuis in het Duitse Hagen maar ook op Ibiza en in de Provençaalse oorden Vaison-la-Romaine en Séguret waar hij bij vrienden vaker te gast is.


27-12-16

Over Ernst Meister (2)


Ton Naaijkens weet de dramatische ontwikkeling – door Ernst Meister in compacte gedichten lyrisch uitgeschreven – in voortreffelijk Nederlands te presenteren met groot gevoel voor de betekenis van woord en klank. Zonder de gedichten ook maar ergens tekort te doen, weet hij de hartstocht en wanhoop die uit deze poëzie spreken trefzuiver te evenaren. Net als destijds bij de vertalingen van Celans gedichten is het deze vertaler gelukt het ritme van Meisters gedichten te bewaren, soms door een accent net iets anders te leggen. De geest van Ernst Meister blijft volledig intact, en dat is in alle opzichten subliem te noemen. Niet alleen de dichter wordt recht gedaan, ook de lezer. ‘Ich reiste Entfernen’, om maar een voorbeeld te noemen, wordt in vertaling – u zag de regels hierboven in deel 1 al – ‘Ik reisde het weggaan’. Poëtischer kan het origineel niet benaderd worden. Of deze oproep van Meister aan het eind van een gedicht: ‘Lies das, und / sag mir – lies!’ die in de vertaling niets van zijn sterkte verliest, integendeel: ‘Lees dit, en / spreek je uit – lees!’ Soms moet je als vertaler wel eens accenten verleggen, juist om het gedicht niet tekort te doen. Zo’n voorbeeld is: ‘Verweile, zerfall / nicht jetzt (...)’ waar Naaijkens komt met de vondst ‘Vertoef hier, val niet uiteen / nu (...).
Of: waar Meister dicht ‘In Grüften des Leibes / ist Sehnsucht genug’ doet de vertaler deze regels alle recht aan met de vondst: ‘In de groeven van het lichaam / steekt volop verlangen.’
Hier is een gerenommeerd en gerespecteerd vertaler aan het werk geweest. Tegelijk ook de wetenschapper die doordrongen is van de kracht van de Duitse poëzie. Die ondermeer Celan en Musil vertaalde, steeds door met de dichter of schrijver in dialoog te treden.



25-12-16

Over Ernst Meister (1)


Welke van de twintig dichtbundels die de Duitse dichter Ernst Meister (1911-1979) schreef, is zijn meest spraakzame? Zelf ga ik voor Es kam die Nachricht (1970) die in 2013 in een vertaling van Ton Naaijkens en een selectie uit Meisters beeldend werk bij AFdH uitgevers verscheen onder de titel Alle schepen kenteren. Naaijkens spreekt over ‘een mijlpaal in de Duitse poëzie’. En terecht. 
Zelden las ik een bundel die zo lang nawerkt, in het Nederlands is het al niet anders. Door de intensiteit van de emotie, de constante vraag, de eeuwige twijfel, door het grote gevoel van betrokkenheid, door een alles omvattende liefde die tegelijk samenvalt met het afscheid van de geliefde waardoor de dichter zich geconfronteerd ziet met een leegte. Leegte als het meest schrijnende leed. Zoals de dichter het zelf verwoordt in deze prachtige regels: ‘Ik reisde het weggaan, / het verlangen reisde ik, / aan mijn lippen nog een glimp / van de verlaten mond.’
Eigenlijk zou deze bundel uit 1970 Gedichte für G. gaan heten, dat had Ernst Meister zo gedacht. Sommige gedichten verschenen eerder in het jaarboek Jahresring onder de titel ‘Liebesgedichte’.
De afkorting G. stond voor Gabriele Wohmann, een schrijfster, 21 jaar jonger dan Meister, die hij in 1968 in het Belgische Knokke leerde kennen. Hij wordt stapelverliefd op haar, de twee gaan een relatie aan die uiteindelijk schippert. Tegen het eind van de bundel lezen we: “Op ‘t laatst zegt / van de twee / de ene nog: / ik heb je ingeleefd / in de verlatenheid. / Op ‘t eind zegt van de twee / de andere nog: / zie, al het nabije / is zo ver, zo ver”.


07-12-16

Muurgedicht


Het moet in of rond 2000 zijn geweest dat mijn gedicht 'Holleweg' op een flatgebouw bij de gelijknamige weg / hoek Gagelboslaan in Bergen op Zoom een plaats kreeg. De website Stenen Strofen, waar ook muurgedichten van collega's zijn te vinden, vermeldt het regelmatig passeren van rouwstoeten op weg naar de even verder buiten de stad gelegen begraafplaats.
Eén klik met de muis op de foto en het gedicht geeft zijn betekenis prijs...


25-11-16

De eerste alinea (47)


"Toen de cassière hem wisselgeld had teruggegeven van zijn vijffrankstuk, liep Georges Duroy het restaurant uit. Omdat hij er wezen mocht, met zijn uiterlijk en houding van voormalig onderofficier, zette hij een hoge borst op, krulde met een militair, routineus gebaar zijn snor en wierp over de verlate etensgasten een snelle, rondgaande blik, zo'n blik van mooie jongen, die zich als een uitgegooid werpnet ontplooit."

Guy de Maupassant, Adonis. Bel-ami. Vertaling uit het Frans: Hans van Cuijlenborgh. Uitgeverij Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 2004.

18-11-16

'Rochers de Frênes' op muziek gezet



De sinds jaar en dag in Nederland wonende Belgische componist Jean Lambrechts heeft twee van mijn gedichten in een Franse vertaling van Claude Vaessen op muziek gezet. Bij gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag worden 'Rochers de Frênes' en een ander gedicht van mij ('La jeune fille rousse / Het roodharige meisje') samen met diverse andere koorwerken uitgevoerd door Vrouwen Kleinkoor Orpheus o.l.v. Albert Wissink uit Ede en Vocaal Ensemble Silhouet o.l.v. Hans Heykers uit Roermond. Beide werken zijn, samen met op toon gezette gedichten van Pierre de Ronsard en A. le Guillou, opgenomen in 'Le jardin des poètes'. Het concert vindt plaats op zondag 20 november om 15:00 uur in de Kapel 'Onder de Bogen' te Maastricht.

foto: Rochers de Frênes (B) © WBT-J.P. Remy


      Rochers de Frênes

Nu de kiezel die het dal straks schuurt
de berg afglijdt, uit flanken
van steen zich losmaakt

ons in beweging zet op dit punt

van uitzicht, nu wind en regen
uitpluimen boven de rivier, het water
zich losslaat op de schepen,
kijken wij op de ader neer, deint 
het water van ons weg, breekt

spektakel langs de oevers
in de kieren van de riemen uit.

Wij zijn geluid – onze ogen dicht
roeien wij tussen rotsen
door de nanacht naar de zee.

 frb
       

16-11-16

'Ein Haus in der Erde' verschenen


Tijdens de Frankfurter Buchmesse (oktober 2016) werd door de Berlijnse uitgeverij Edition Rugerup de tweetalige bundel 
Ein Haus in der Erde gepresenteerd in een vertaling van  
Stefan Wieczorek. Het nawoord is van Cees Nooteboom. Omslagbeeld: Bep Scheeren
Aantal pagina's: 160. ISBN: 978-3-942955-56-0 Prijs: € 19,90 
Uit de reeks 'Mijn huis' het gedicht 'De badkamer / Das Badezimmer':

De badkamer

Sta ik hier te sterven tot zelfs de druppels,    
ook de tranen ruim en beeldschoon vallen.    
Te sappelen om niets, geen zware kleren aan,
niet eens pijn. En woon met anderen, 
heb ik vannacht gedroomd. De kamer 

laat ik dicht vandaag, alleen jij, je hand 

op mijn schedel, zolang je wilt heel even 
strelen. En loopt het bad over, acht uur 
‘s ochtends – de damp, de geur, de honing,
zoveel trager dan geweest.

---------------------


Das Badezimmer

Hier also sterben, bis selbst die Tropfen,
die Tränen auch, hübsch und reichlich fallen.
Ich neu geboren, die Weite des Augenblicks
fühlen, die Zeit verdampft. Und wohne mit
anderen, träumte ich diese Nacht. Das Zimmer

bleibt heute geschlossen, nur du, deine Hand

auf meinem Schädel, kurz noch streicheln, solang
du willst. Und läuft das Bad dann über, acht Uhr
morgens der Dampf – der Duft, der Honig,
soviel träger als alles zuvor.


13-11-16

De eerste alinea (46)



"Op een verlaten strand achter het dorp van de inboorlingen stuitte ik op een spoor van verse stappen. Die afbeeldingen voerden mij door rottend loogkruid, zeekokosnoten & bamboe naar hun maker, een blanke man met opgerolde broekspijpen & een bonker met opgestroopte mouwen, getooid met een goedverzorgde baard & een te grote kantoor, die zo aandachtig met een theelepeltje in het asgrijze zand roerde & pluisde dat hij mij pas opmerkte toen ik hem van tien yard afstand begroette. Zo geviel het dat ik Dr. Henry Goose, geneesheer van de Londense adel, leerde kennen. Zijn nationaliteit was geen verrassing. Als er al een arendsnest bestaat dat zo verlaten is, een eiland zo afgelegen dat men kan vertoeven zonder door een Engelsman te worden aangesproken, staat dat op geen enkele kaart die ik ooit onder ogen heb gekregen."

David Mitchell, Wolkenatlas. Vertaling uit het Engels: Aad van der Mijn.
Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 2005.


03-11-16

In Memoriam (15)



I.M. Peter Nijmeijer (1947-2016)

De pub houdt de luiken gesloten, schapen blaten
vanuit een dichte mist, de afstand maakt hen niet
bereikbaar. Er is geen uitzicht meer, je ziet jezelf niet,
uur na uur wordt jou elke vorm van toegang ontzegd.
Je komt tot een verzwijgen. Wat neem je mee als
herinnering nu ook de hemel is verdwenen, de ruimte
om je heen wegvalt, het glas op tafel jou niet langer
weerspiegelt – het bord op tafel al dagen ongebruikt.

 frb